In een Gezinshuis wonen gemiddeld 3 tot 6 uithuisgeplaatste kinderen samen met de gezinshuisouders en hun eigen kinderen. Zij wonen in een normaal huis in een gewone buurt. Deze ouders zijn de vaste opvoeders en vormen de vaste basis. Ze bieden naast veiligheid en rust ook professionele begeleiding. Anders dan bijvoorbeeld in een leefgroep is dat 24 uur per dag en 7 dagen per week. Een gezinshuis is een vorm van hulp tussen pleeggezin en leefgroep in. De gezinshuisouder is er altijd. Dit onderscheidt gezinshuizen van leefgroepen, waar jeugdigen worden opgevoed door meerdere beroepsopvoeders die in wisseldiensten werken.
Continuïteit in de opvoedingsrelatie is een zeer sterk punt van gezinshuizen, omdat het de jongere de gelegenheid geeft om een gezonde hechtingsrelatie te ontwikkelen. Andere sterke punten zijn: kleinschaligheid, aandacht voor het individu, maatwerk in de begeleiding en accent op het normale leven.